Schoolvisie en Opvoedingsproject

Kinderen helpen is hun helpen om zichzelf te helpen. Je leert niet als je iets uit handen genomen wordt. (Luc Stevens, 2004)

 

1.    Verwelkoming

 

Beste ouders,

Dag kinderen,

 

Ik heet u van harte welkom op onze school.

 

De Bladwijzer wil als actieve leerschool een bewust kleinschalige school voor leerlingen van 2.5 tot 12 jaar zijn.

 

Een school die de buurt, de omgeving uitnodigt, samen met school te maken en een pedagogische visie mogelijk te maken waar zoveel mogelijk kinderen  de ruimte tot ontplooiing krijgen.

 

Met leerkrachten die maar ten volle hun taak kunnen volbrengen als ook u als ouders, u als kind je steentje wil bijdragen in het onderwijsproject dat we voorstaan.

 

Anderzijds willen we niet blind zijn voor de specificiteit van de buurt, en willen we ook vanuit de school een bijdrage leveren de buurt sterker te maken in de toekomst. Een toekomst die start met de kinderen van onze school, de ouders van onze school en de omgeving van de school.

Samen staan we sterk en kunnen we er wat moois en goed van maken. Alleen op deze wijze kunnen we maximaal tegemoetkomen aan het opvoedingsgebeuren van onze kinderen en ouders.

 

Laat kinderen kind zijn.
Geef ze ruimte
om zichzelf te zijn.
om zichzelf en hun omgeving te ontdekken.
Reik ze een hand waar nodig,
en rol hun een bal tegemoet, die ze zelf zullen grijpen.
Als we het kind in het kind zullen zien,
en er samen mee leven
dan zullen wij dat kind begrijpen,
en kan de wereld verder rijpen.

School maken is vertrekken met het kind.
Zijn ontwikkeling, zijn gaves, temperament.
Door kleinschaligheid willen we tegemoet komen aan de ruimte die een kind nodig heeft.
Fysieke ruimte, maar ook geestelijke ruimte.
Ruimte om te lopen, dansen en springen.
Ruimte om zich te uiten tegenover medeleerlingen en volwassenen.


 

U mag een eigentijdse opvoeding en zeer degelijk onderwijs verwachten.

Wij hopen goed met u te kunnen samenwerken en bij vragen en problemen willen we klaarstaan om samen naar een oplossing te zoeken.

Wij vragen dat u uw kind aanmoedigt de doelstellingen van onze school na te streven en afspraken na te leven.

 

 

 

Luc Beck

Directeur

 


 

2.    Schoolvisie & Opvoedingsproject

Kinderen helpen is hun  helpen om zichzelf te helpen.

Je leert  niet als je iets uit handen genomen wordt.

(Luc Stevens,2004)

 

 

 

 

 

Om krachtig te kunnen inspelen op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en de eigenheid van de buurt, kiezen we ervoor een kleine school te zijn, waar alle betrokkenen – kinderen, ouders, leerkrachten, buurtwerk, … elkaar kennen en willen samenwerken.

Gezien onze christelijke achtergrond willen we onze kinderen ook opvoeden in deze sfeer waarbij respect voor iedereen,  ongeacht zijn afkomst of filosofische achtergrond een basisvoorwaarde is. Kinderen, ouders en leerkrachten ontmoeten elkaar via onderwijs in een sfeer van maatschappelijke gelijkheid, en met de ambitie tot onderwijzen en opvoeden tot (in?) maatschappelijke gelijkheid.

Welbevinden en betrokkenheid mogen geen loze begrippen zijn en moeten ook voelbaar zijn buiten de schoolmuren..

Om dit alles vorm te geven hebben we inspiratie gezocht bij diverse vernieuwers die actieve leervormen gebruiken. Met de nieuwe school willen we met zijn allen op stap gaan, maar op stap gaan is af en toe halt houden en kijken, niet achterom, maar vooruit. Waar gaan we naar toe, wat willen we bereiken.

 

Op weg gaan met een groep, is af en toe halt houden.

 

VISIE

 

1.       Kleinschalige buurtschool

De kleinschalige aanpak met groepen van maximaal 20 leerlingen en een schoolcapaciteit van 200 leerlingen moet fysieke en psychische ruimte creëren voor alle betrokkenen aan het schoolgebeuren. 

Het biedt de mogelijkheid dat er gefocust kan worden op  individuele behoeften van de leerlingen. De differentiatiemogelijkheden worden beter hanteerbaar.

Eveneens verhoogt hierdoor de interactie als de betrokkenheid tussen leerling en leerkracht, leerkracht en ouder.

Een kleine schoolgemeenschap kent echter ook gevaren. Je komt elkaar vaker tegen en ook mekaars kleine kantjes.  Dit vraagt een permanente respectvolle aandacht.

 

2.       Kwaliteitsvol onderwijs : Cre/Actief & Ontwikkelingsgericht

Om ons onderwijs kwaliteitsvol gestalte te kunnen geven, kiezen we voor het model van ontwikkelingsgericht werken.

Hierbij staat de brede ontwikkeling van de leerling centraal.  De leerstof is een middel is en geen doel op zich. Het lerende kind staat centraal en niet de leerstof of de leerkracht. Ontwikkelingsgericht onderwijs houdt bovendien rekening met ontwikkelingsverschillen tussen kinderen. Dat vereist van de leerkracht observatie en registratie van ontwikkeling. Op deze wijze kunnen activiteiten worden aangeboden die aansluiten bij de geobserveerde ontwikkeling en die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken.

Voor verdere uitwerking verwijzen we naar tekst in bijlage.

 

We zijn ervan overtuigd dat kinderen leren door een actieve deelname aan hun omgeving. Leerstof wordt dan ook zoveel mogelijk op een actieve wijze aangeboden aan. Leerstof wordt zoveel mogelijk geïntegreerd aangeboden zodat leerlingen deze op een creatieve en actieve wijze kunnen toepassen.

Regelmatig werken in grote groep en/of  klasdoorbrekend,  geeft  kinderen een  verruiming van het aanbod.  Ze  kunnen zich op  die manier richten naar hun  reeële  ontwikkelingsbehoeften. 

Culturele uitstappen, bezoeken, beeldende vorming, theaterlessen, drama, muziek, media....maken onderdeel uit van onze reguliere werking.

 

3.       Culturele Diversiteit

De school heeft aandacht voor de culturele verschillen die in wijk aanwezig zijn  en via de kinderen de school binnenkomen.

Dit uit zich in verschillende aspecten.

In ons lesgeven zal veel aandacht zijn voor open taal verrijkende communicatie (MISC) die aansluit bij de eigen leefwereld van het kind. Inhouden worden verrijkt vanuit de aanwezige culturen in de klas.

We proberen veelvuldig in communicatie te gaan met ouders, met aandacht voor hun betekenisgeving en beleving. Zo worden er bewust activiteiten opgezet om ouders bij het schoolleven te betrekken en de communicatie te stimuleren.

Tenslotte biedt de school haar infrastructuur aan voor activiteiten die de persoonlijke ontwikkeling van ouders en hun integratie in de maatschappij ten goede komt.

 

4.       Christelijke waarden

Binnen onze hele werking stellen we respect en waardering voor ieders eigenheid centraal. We zien diversiteit als een meerwaarde voor ieders ontwikkeling.

 

5.       Zorg

Onze zorg is er op gericht maximale ontwikkelingskansen te geven aan ieder kind binnen zijn eigen capaciteiten. We zoeken actief naar kansen om kinderen aan de grens van hun eigen mogelijkheden te brengen. Hierbij hebben we constant aandacht voor het welbevinden van het kind.

We kiezen er bewust voor om het kind binnen een eigen klasstructuur op te vangen via differentiatie en co-teaching met GON-, ION- en zorgleerkracht.
Deze aanpak is verder uitgewerkt in een gestructureerd zorgplan gebaseerd op  handelingsgericht werken.

6.       Brede School

Als school willen we met verschillende partners samenwerken aan een positieve ontwikkeling van de buurt. Het is voor ons een uitdaging om kansen tot een onderwijsversterkend aanbod te creëren  (voor kinderen tussen 0 en 12 jaar ).

Onze school heeft een actieve samenwerking met Stedelijke Tekenacademie, LEON, Cel Educatieve Projecten, Open School, Dienst Onthaalgezinnen, Tennisclub, Buurthuis, Stebo.

Toekomstgericht denken we nu aan een concrete samenwerking met een kinderdagverblijf. Zo willen we bijdragen aan een brede geïntegreerde ontwikkeling van onze leerlingen en ouders.

 

 


 

ONTWIKKELINGSGERICHT ONDERWIJS ALS  PEDAGOGISCHE VISIE

 

 

De Bladwijzer vertrekt vanuit de principes van Ontwikkelingsgericht Onderwijs.
Hierbij gaan we er vanuit dat kinderen die emotioneel vrij zijn, nieuwsgierig zijn en voldoende zelfvertrouwen hebben, ontwikkelbaar en onderwijsbaar zijn.

 

Kinderen ontwikkelen zich in deze visie niet vanzelf. Zij ontwikkelen zich in een omgeving en zijn afhankelijk van wat die omgeving te bieden heeft. Kinderen hebben wel de kracht en de drang in zich om zich te ontwikkelen en werken actief aan hun eigen ontwikkeling. De leerkracht speelt een belangrijke rol en heeft een taak in de begeleiding van de kinderen, door de juiste omgang met het kind en door een geschikte en uitdagende leeromgeving te creëren, de ontwikkeling van ieder kind te stimuleren.
De leerkracht heeft vooral een begeleidende, inspirerende en stimulerende rol.

 
De sociaal-culturele omgeving speelt bij de ontwikkeling een belangrijke rol. Aan die context geeft een leerkracht samen met de kinderen vorm. Zowel de kinderen als de leerkracht brengen onderwerpen in. De leerkracht bepaalt welke activiteiten en welke materialen het beste passen bij de kinderen. Daarbij wordt rekening gehouden met de belangstelling en de mogelijkheden van het kind. De leerkracht zorgt ervoor dat de kinderen met echte, uitdagende problemen aan het werk kunnen. Ontwikkelingsgericht onderwijs gaat ervan uit dat activiteiten alleen het gewenste effect op de ontwikkeling van kinderen hebben als de activiteiten zinvol zijn voor het kind, als ze inhoud en betekenis hebben.

Dankzij een juiste keuze van activiteiten zien de kinderen dat de kennis en vaardigheden die zij opdoen, zinvol zijn en bruikbaar in het gewone leven. Dat stimuleert om meer te willen weten en kunnen en om de nieuwe vaardigheden ook in praktijk te brengen.

Niet alle kinderen ontwikkelen zich in hetzelfde tempo en hebben dezelfde mogelijkheden.
Vanuit goede gerichte observatie zal de begeleiding van de leerkracht aangepast moeten worden aan ieder kind. Hierbij moet het zelfstandig maken van de leerlingen voorop staan. Leerlingen moeten zelf initiatieven nemen, leren plannen en de verantwoordelijkheid dragen die zij aankunnen. Alleen bij die activiteiten die een kind nog niet zelfstandig aankan, helpt de leerkracht. De leerkracht biedt het kind actief nieuwe mogelijkheden op het moment dat het kind daar aan toe is.

Uitgangspunten van ontwikkelingsgericht onderwijs:

  • Kinderen zijn opvoedbaar en onderwijsbaar, onderwijsgevenden spelen hierin een belangrijke sturende rol.
  • Het ontwikkelings- en leerproces vindt vooral plaats vanuit de zone van de naaste ontwikkeling.
  • Kinderen hebben een innerlijke behoefte om deel te nemen aan de sociaal-culturele werkelijkheid; kinderen leren door deelname aan de sociaal-culturele wereld.
  • Ontwikkeling is een proces van twee kanten: kinderen hebben eigen ontwikkelingskracht en ontwikkelingsdrang en zijn tegelijkertijd afhankelijk van de invloed van de omgeving, in het bijzonder de volwassenen.
  • Kinderen verschillen onderling in ontwikkelingsmogelijkheden, ontwikkelingstempo’s en in de behoefte aan hulp en ondersteuning in ontwikkelen en leren.
  • Ontwikkeling en leren vinden plaats op basis van activiteiten en inhouden die voor kinderen persoonlijk zinvol zijn en betekenis hebben of kunnen krijgen.
  • Ontwikkeling en leren gaan voorspoediger als leerkrachten zich opstellen als partner van kinderen en die onderdelen van activiteiten voor hun rekening nemen die een kind nog niet zelfstandig kan.
  • Ontwikkeling en leren veronderstellen altijd interactie en communicatie. Daarom zijn sociaalcommunicatieve situaties noodzakelijk.

Bij de kleuters en eerste graad neemt spel een centrale plaats in. Als je spel voldoende ondersteunt, is spelen ook leren. Vooral als je door interactie kinderen helpt om verder te denken, nieuwe ideeën uitlokt of stimuleert, voortbouwend op waar de kinderen zelf mee bezig zijn.
Ontwikkelingsgericht onderwijs maakt erg veel gebruik van rollenspel. Zowel tijdens het rollenspel als bij de voorbereiding vinden voortdurend interacties plaats en daar leren kinderen van. De interactie tussen kinderen van verschillend ontwikkelingsniveau en interacties met de leerkracht helpen het kind verder in zijn ontwikkeling. De zone van de naaste ontwikkeling kan hier spelenderwijs worden aangesproken. De nadruk ligt daarom ook op gezamenlijke leeractiviteiten in kleine groepjes waaraan kinderen van een verschillend niveau deelnemen.

Bij ontwikkelingsgericht onderwijs is het lokaal zo ingericht, dat kinderen zelfstandig aan de slag kunnen in een omgeving die voldoende uitdaging heeft voor elk kind. Het lokaal is ingericht in hoeken: de knutselhoek, de leeshoek, de wiskundehoek, de bouw- en constructiehoek, de thematafel, het atelier en de wisselhoek met materialen rond het thema dat in die periode centraal staat.

Het werken met thema’s is kenmerkend voor het ontwikkelingsgerichte onderwijs. Het zijn thema’s uit de sociaal-culturele werkelijkheid van het kind, waarmee kinderen de wereld om zich heen kunnen verkennen. De keuze van thema’s komt in samenspraak met de kinderen tot stand. Rond het thema bied je verschillende activiteiten aan waaruit de kinderen kunnen kiezen. De activiteiten worden zo gekozen, dat ze de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van een kind stimuleren.


In de tweede en derde graad neemt onderzoek meer en meer een centrale plaats in. Ook hier kunnen activiteiten ontwikkeld worden die echt verbonden zijn met een maatschappelijke werkelijkheid. Om bijvoorbeeld in een winkel ook werkelijk spullen te kunnen verkopen en daarin kwaliteit te leveren, is veel onderzoek nodig. Onderzoek naar de waren, naar hoe je aan goede informatie komt, naar hoe je een administratie opzet en bijhoudt, hoe je spullen mooi uitstalt, hoe je samen een bedrijf runt en hoe je origineel kunt zijn. De spelgeoriënteerde aanpak wordt een onderzoeksgeoriënteerde aanpak: van doen alsof naar echt doen.

Ontwikkelingsgericht onderwijs sluit altijd aan bij de eigen initiatieven van de kinderen en is betekenisvol voor hen.
Belangrijke culturele verworvenheden worden pas opgenomen in de totale persoon indien kinderen van jongs af aan op school ervaren dat deze verworvenheden zinvol en bruikbaar zijn voor hun eigen leven

Alleen dan kunnen zij deze culturele verworvenheden op persoonlijke wijze leren hanteren en vernieuwen.

Ontwikkelingsgericht onderwijs werkt vanuit de 4B’s:

  • betrokkenheid
  • betekenisvol
  • bedoeling
  • bemiddelende rol van de leerkracht

Om zich te kunnen ontwikkelen is het belangrijk dat een kind vrij is van emotionele belemmering, dat het onderzoekend, nieuwsgierig en ondernemend is en dat het zelfvertrouwen heeft en positief over zichzelf denkt. Het ontwikkelingsgericht onderwijs begint dus bij het scheppen van een goed pedagogisch klimaat.

 

In de dagdaglijkse omgang met de leerlingen zal er veel aandacht moeten zijn voor communicatie. Actieve interactie met inspraak van leerlingen zal een goed en warm klimaat ten goede komen waarin alle kinderen zo goed mogelijk op hun eigen tempo kunnen ontwikkelen.